HET NEDERLANDSE LUCHTRUIM GEDURENDE DE TWEEDE wERELDOORLOG

Een belangrijk gedeelte van de vijandelijkheden gedurende de Tweede Wereldoorlog 1940-1945 speelde zich in de lucht af, de luchtoorlog. Naarmate de oorlog langer duurde en de geallieerde industrie steeds grotere aantallen vliegtuigen ging produceren, werden de inwoners van het bezette Nederland getuige van het overvliegen van enorme luchtvloten op weg naar Duitsland.

Door intensieve luchtbombardementen probeerden de Geallieerden de Duitse oorlogsindustrie lam te leggen en het moreel van de bevolking te breken. Felle gevechten met Duitse jachteskaders waren het gevolg, terwijl ook de beruchte FLAK (het Duitse luchtdoelgeschut) zijn tol eiste. Nederland, liggend op de voornaamste aanvliegroute voor de Geallieerden, kreeg van deze strijd ook zijn deel. Duizenden vliegtuigen van vriend of vijand werden op de heen- of terugvlucht, overdag of in de nacht boven ons land neergehaald en verdwenen in de bodem of in het IJsselmeer, Wadden- of Noordzee.

In de Henk Rebel Hal worden de overblijfselen van een op 11 mei 1940 neergehaalde Fokker D-XXI getoond. Dit vliegtuig speelde een belangrijke rol in de meidagen. Het verhaal van de missie is in het museum te lezen. Op 12 juni 2993 is de in het CRASH luchtoorlog- en verzetsmuseum’40-’45 getoonde Fokker D-XXI door CRASH geborgen.

Fokker D21's op een rij