In het museum is een kleine presentatie gewijd aan het verzetswerk van Adriana Dekker-Kempe.
Zij verborg in haar huis aan de Aalsmeerdijk 532A tijdens de oorlog ca. 40 onderduikers tot er een fatale overval plaatsvond op 11 februari 1944. Zij werd samen met haar onderduikers en dochter Neeske opgepakt. Na een verblijf en ondervragingen in gevangenissen in Amsterdam, werd zij op transport gezet naar strafkamp Vught. Op Dolle Dinsdag (5 september 1944) ging zij met de laatste trein uit dit kamp naar Ravensbrück. Jaan Dekker werd in het Vernichtungslager Uckermark omgebracht op 27 februari 1945. Ze was toen 50 jaar oud. Dochter Neeske, die in haar huis ook onderduikers had opgenomen, ging vrijuit omdat mevrouw Dekker alle schuld op zich nam. Eén van de onderduikers was het 3-jarige Joodse meisje Lilian Eveline Vos die als ‘Tineke Dekker’ in het gezin was opgenomen. De kinderen die na de overval in 1943 vluchtten van de boerderij van Bogaard, werden eerst naar het huis van Neeske aan de Bennebroekerweg gebracht, maar later naar mevrouw Dekker, waar ze bleven samen met ontsnapte leden van de familie Bogaard, tot er elders een veilige plek voor hen gevonden was.